OSO 2.0

Op 1 mei 2010 heb ik mijn bedrijf OSO (OlijStedelijkeOntwikkeling) heropgericht. OSO bestond eerder tot september 2008.  Van september 2008 tot mei 2010 ben ik voorzitter geweest van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oud-West in Amsterdam. Een fulltime baan die zich niet laat combineren met het hebben van een eigen bedrijf. Per 1 mei jl. is aan de functie van stadsdeelvoorzitter een einde gekomen en ben ik weer begonnen met OSO.  Mijn specialisme is proces- en projectmanagement in stedelijke herstructureringsgebieden waarbij breed maatschappelijk draagvlak nodig is om tot veranderingen te komen.

Lees meer...
Home De raad Schriftelijke vragen Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer Reuten en de heer Olij van 24 januari 2006 inzake de verwerking van bezwaren tegen taxaties op grond van de Wet waardering onroerende zaken (woz), aanpassing van de woz-waarde en korting op de a
Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer Reuten en de heer Olij van 24 januari 2006 inzake de verwerking van bezwaren tegen taxaties op grond van de Wet waardering onroerende zaken (woz), aanpassing van de woz-waarde en korting op de a Afdrukken E-mail
Geschreven door B&W   
donderdag, 09 februari 2006 02:00

Aan de Gemeenteraad

De raadsleden de heer M.J.A. Reuten en de heer B.C.J. Olij hebben op 24 januari 2006, op grond van artikel 18 van het Reglement van Orde voor de Gemeenteraad, de volgende schriftelijke vragen tot het College van Burgemeester en Wethouders gericht:

  1. Kan precies worden aangegeven (stapsgewijs, inclusief alle mogelijke varianten, schriftelijk of telefonisch, met en zonder beroep) wat de normale werkwijze van de Dienst Belastingen is bij het verwerken van bezwaren tegen de hoogte van de getaxeerde woz-waarde c.q. de ozb-aanslag?

  2. Is deze procedure berekend op pakweg 40.000 bezwaarschriften? Zo nee, wanneer is dit aan het licht gekomen.

  3. Hoeveel bezwaarschriften zijn, na de toezegging van de wethouder terzake, in behandeling genomen na sluiting van de bezwaartermijn en is ook in die gevallen de normale werkwijze gevolgd? Zo nee, in hoeveel gevallen en waarom is daarvan afgeweken?

  4. Is het waar dat in sommige gevallen bezwaren telefonisch zijn afgehandeld door indiener te vragen naar een voorstel voor vermindering van de waarde en vervolgens telefonisch tot overeenstemming te komen over een verlaging van de woz-waarde?

  5. Als het antwoord op vraag 4 'ja' is, kan het College van Burgemeester en Wethouders dan aangeven of het van mening is dat de rechtsgelijkheid hier niet in het geding is en waarom niet?

Ter beantwoording van deze vragen wordt het volgende medegedeeld.

  1. Een bezwaarschrift dient te voldoen aan de voorschriften die zijn vastgelegd in artikel 6 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Dit betekent o.a. dat een bezwaarschrift schriftelijk dient te worden ingediend bij de Dienst Belastingen en dat het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend door belanghebbende of diens gemachtigde.
    1. Het bezwaarschrift tegen de waarde wordt na ontvangst gescand en digitaal opgeslagen
    2. Het bezwaarschrift tegen de waarde wordt geregistreerd in de administratie en er wordt automatisch een ontvangstbevestiging verzonden
    3. Het bezwaarschrift wordt (digitaal) naar de sector Vastgoed gerouteerd ter behandeling.
    4. Het onderzoek van de taxateur van de Dienst Belastingen is tweeledig: ten eerste beoordeelt hij het algemene waardeniveau in de buurt en hoe de bestreden waarde zich verhoudt tot het algemene niveau; ten tweede beoordeelt hij de specifieke argumenten die in het bezwaarschrift zijn aangevoerd.
    5. De taxateur bepaalt op basis van zijn onderzoek opnieuw de waarde. Hij kan besluiten de reeds beschikte waarde te handhaven of de beschikte waarde te verlagen.
    6. In sommige gevallen verzoekt een belanghebbende om gehoord te worden, voordat uitspraak wordt gedaan. Dit recht is vastgelegd in artikel 7 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Hiertoe kan een hoorzitting worden georganiseerd. Indien belanghebbende hiermee instemt, kan het horen ook telefonisch plaatsvinden. De taxateur zet tijdens de hoorzitting zijn conclusies uiteen. Belanghebbende is in de gelegenheid om nieuwe feiten of aanvullende informatie te geven. Op grond van eventuele nieuwe informatie kan de taxateur zijn besluit nog herzien. Het besluit wordt altijd schriftelijk meegedeeld in de uitspraak op bezwaar.
    7. De fiatteur is het hoofd van de taxatie-afdeling.Het besluit van de taxateur wordt door de fiatteur gefiatteerd. Deze fiattering wordt in de administratie vastgelegd.
    8. Hierna wordt een uitspraak van de directeur aan belanghebbende verzonden, waarin het besluit wordt medegedeeld. 1)Het besluit wordt altijd schriftelijk meegedeeld.
    9. Na het doen van de uitspraak en voordat de beroepstermijn is verstreken, is de waarde nog niet definitief vastgesteld. Indien belanghebbende het niet eens is met de uitspraak kan hij beroep aantekenen bij de Rechtbank. Indien hij meent dat de Dienst Belastingen een fout heeft gemaakt, kan hij dit ook telefonisch of schriftelijk bij de Dienst Belastingen kenbaar maken. Op grond van aangevoerde feiten kan de taxateur zijn oordeel in bezwaarfase alsnog herzien. Het besluit van de taxateur wordt door de fiatteur gefiatteerd. Deze fiattering wordt in de administratie vastgelegd. Bij een herziening wordt een ambtshalve besluit genomen. Dit besluit wordt aan belanghebbende kenbaar gemaakt. Een besluit naar aanleiding van bezwaar kan worden herzien indien nieuwe informatie beschikbaar komt, voordat de waarde onherroepelijk is vastgesteld. In een dergelijk geval kan dus sprake zijn van een tweede herziening. Dit komt overigens slechts in een gering aantal gevallen voor.
    10. Indien door belanghebbende beroep tegen de uitspraak bij de Rechtbank wordt ingediend, wordt op verzoek van de inspecteur door de taxateur opnieuw een onderzoek naar de waarde ingesteld. De conclusies van dit onderzoek worden in een verweerschrift vastgelegd. Indien bij het onderzoek wordt vastgesteld dat bij de behandeling van het bezwaarschrift een fout is gemaakt, wordt een schikkingsvoorstel aan belanghebbende gedaan. Indien belanghebbende dit voorstel accepteert, trekt hij zijn beroep bij de Rechtbank in. Indien het schikkingsvoorstel niet wordt geaccepteerd, wordt de beroepsprocedure bij de Rechtbank voortgezet. Het schikkingsvoorstel wordt schriftelijk aan belanghebbende bekendgemaakt. Voorafgaand aan het toezenden van het schikkingsvoorstel, wordt vaak telefonisch met belanghebbende contact opgenomen. Ook in gevallen waarbij de taxateur nadere informatie nodig heeft of een afspraak wil maken om ter plaatse een onderzoek te doen, wordt telefonisch contact opgenomen met belanghebbende. Hier is uitdrukkelijk geen sprake van onderhandelen over de waarde, slechts van het beoordelen en toetsen van de feiten. Ook hier geldt dat de uiteindelijke beslissing van de taxateur door de fiatteur dient te worden gefiatteerd, voordat het besluit definitief is. Natuurlijk kunnen in de bezwaaronderzoeken fouten worden gemaakt. In een dergelijk geval worden de rechten van belanghebbende geborgd door het recht om gehoord te worden en het recht om beroep aan te tekenen.
  2. Naar aanleiding van de verbetervoorstellen WOZ is in 2005 voor de eerste maal sprake van integratie van de WOZ-waardebeschikking(en) en verschillende gemeentelijke heffingen op één aanslagbiljet. Hierop is door de Dienst Belastingen tijdig geanticipeerd door maatregelen te nemen om de administratieve verwerking van bezwaarschriften verder te verbeteren, waarbij rekening is gehouden met een bezwaarpercentage van circa 10%. Hierbij zijn ook de ervaringen uit vorige jaren meegenomen. Er zijn 37.833 bezwaarschriften ontvangen met minimaal één bezwaarreden die gerelateerd is aan de WOZ-waarde. Er zijn 405.182 gecombineerde aanslagen verstuurd. Het exacte percentage is derhalve 9,3%. In het najaar van 2004 en het voorjaar van 2005 zijn belangrijke aanpassingen aan de automatisering gerealiseerd, zoals het scannen en digitaal opslaan van alle binnenkomende documenten en het verder automatiseren van het inboeken van bezwaarschriften. De taxateurs beschikken voor hun onderzoek over alle verkooptransacties in Amsterdam, analyses van de markt, waarderingsmodellen en digitale foto’s en kaartmateriaal. Er zijn derhalve voldoende middelen beschikbaar om een dergelijk aantal bezwaarschriften te kunnen behandelen. Dit blijkt ook uit het feit dat 97% van de in 2005 binnengekomen waardebezwaren voor het einde van het jaar is afgehandeld. De gemeente Amsterdam heeft in 2004 en 2005 deelgenomen aan de landelijke pilot jaarlijkse herwaardering. De pilot bestond uit 2 fasen, waarvan fase1 betrekking had op de jaarlijkse herwaardering en fase 2 op het bezwaartraject. In het eindrapport van de pilotwerkgroep is geconcludeerd dat de gemeente Amsterdam heeft aangetoond dat zij in staat is een jaarlijks herwaarderingstraject inclusief bezwaarbehandeling uit te voeren. Op grond van de resultaten in 2005 is de verwachting dat de gemeente Amsterdam ook kan voldoen aan de toekomstige eis om alle bezwaarschriften binnen 3 maanden na binnenkomst te behandelen. De Dienst Belastingen voert continu verbeteringen in het werkproces door en zal dat ook in 2006 blijven doen.
  3. In 2005 zijn 4114 bezwaarschriften door de Dienst Belastingen ontvangen na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn. Bezwaren die na het verstrijken van de bezwaartermijn worden ontvangen, zijn in beginsel niet-ontvankelijk. Niet-ontvankelijke bezwaren kunnen echter ambtshalve in behandeling worden genome, omdat artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit wet WOZ wordt bepaald dat, indien blijkt dat de vastgestelde waarde te hoog is vastgesteld nadat deze onherroepelijk is komen vast te staan (dit is het geval als de bezwaartermijn is verstreken), de waarde dient te worden aangepast als blijkt dat de waarde minimaal 20% te hoog is vastgesteld. Het Gerechtshof heeft in november 2005 bovendien bepaald dat deze grens van 20% niet van toepassing is als de gemeente een erkende fout heeft gemaakt bij de waardevaststelling. De Dienst Belastingen handelt conform deze regelgeving. In de praktijk betekent dit dat ook indien bezwaarschriften na het verstrijken van de bezwaartermijn zijn ontvangen, door de Dienst Belastingen een onderzoek naar de waarde wordt uitgevoerd. Indien de waarde n.a.v. dit onderzoek wordt aangepast, ontvangt belanghebbende niet een uitspraak, maar een z.g. ambtshalve besluit. De toezegging van de wethouder, waarnaar in de vraag wordt verwezen, heeft slechts betrekking op het verlengen van de bezwaartermijn in het geval waarin mensen in de problemen zouden komen, omdat zij informatie over de plannen m.b.t. het huurbeleid te laat zouden krijgen. Hiervan is geen sprake geweest. De Dienst Belastingen heeft begin 2005 de relevante informatie op haar website gepubliceerd en heeft deelgenomen aan een bijeenkomst over dit thema in maart 2005 georganiseerd door de Huurdersvereniging Amsterdam. Door zowel de Dienst Belastingen als de Dienst Wonen is begin 2005 informatie over zowel de plannen van het Ministerie als over het standpunt van wethouder Stadig hierover op internet gepubliceerd. Deze informatie is via Amsterdam.nl te benaderen. De informatie wordt regelmatig geactualiseerd en er is een link naar de website van het Ministerie van VROM.
  4. Nee. Zoals bij de beantwoording van vraag 1 is uiteengezet, is het recht van belanghebbende om te worden gehoord wettelijk vastgelegd. Uitgangspunt bij een persoonlijk of telefonisch onderhoud is echter altijd het onderzoek van de taxateur. Indien belanghebbende tijdens het horen relevante feiten aanvoert, neemt de taxateur deze feiten mee in zijn overweging. De taxateur dient zijn besluit zowel intern naar de fiatteur als naar belanghebbende en eventueel voor de rechter taxatietechnisch en binnen de wettelijke kaders met feiten te kunnen onderbouwen. In antwoord op vraag één is aangegeven hoe de bezwaar- en beroepprocedure verloopt. Bezwaren worden niet telefonisch afgehandeld.
  5. nvt

1) De directeur neemt formeel het besluit. De uitspraak is daarom uit naam van de directeur. De inhoudelijke verantwoordelijkheid hiervoor ligt echter bij de fiatteur.

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
E. Gerritsen, secretaris
M.J. Cohen, burgemeester

 
HomeAgendaNieuwsContact