OSO 2.0

Op 1 mei 2010 heb ik mijn bedrijf OSO (OlijStedelijkeOntwikkeling) heropgericht. OSO bestond eerder tot september 2008.  Van september 2008 tot mei 2010 ben ik voorzitter geweest van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oud-West in Amsterdam. Een fulltime baan die zich niet laat combineren met het hebben van een eigen bedrijf. Per 1 mei jl. is aan de functie van stadsdeelvoorzitter een einde gekomen en ben ik weer begonnen met OSO.  Mijn specialisme is proces- en projectmanagement in stedelijke herstructureringsgebieden waarbij breed maatschappelijk draagvlak nodig is om tot veranderingen te komen.

Lees meer...
Home De raad Schriftelijke vragen Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer Van der Meer, de heer Olij en de heer J.L. Bakker inzake het boven de liberalisatiegrens trekken van woningen uit de Kernvoorraad+ door Amsterdamse woningcorporaties
Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer Van der Meer, de heer Olij en de heer J.L. Bakker inzake het boven de liberalisatiegrens trekken van woningen uit de Kernvoorraad+ door Amsterdamse woningcorporaties Afdrukken E-mail
dinsdag, 09 mei 2006 02:00

Aan de Gemeenteraad

 

De raadsleden de heer M.P.C. van der Meer, de heer B.C.J. Olij en de heer J.L. Bakker hebben op 15 februari 2006, op grond van het artikel 42 van het Reglement van Orde voor de Gemeenteraad, de volgende schriftelijke vragen tot het College van Burgemeester en Wethouders gericht:

 

1. Is het College van Burgemeester en Wethouders er van op de hoogte dat corporaties in Amsterdam nu al waar mogelijk woningen uit de kernvoorraad bij mutatie boven de huurgrens (€ 604 per maand) trekken om ze vervolgens als geliberaliseerde woningen te verhuren tegen hoge huurprijs?

Nee. We zien niet dat corporaties bij mutatie waar mogelijk woningen boven de liberalisatiegrens trekken. Uit de gegevens van de Federatie blijkt dat van de zelfstandige corporatiewoningen op 1 januari 2005 slechts 1% een geliberaliseerde huur heeft terwijl 8% qua punten boven de liberalisatiegrens zit (zie ook bijlage). Bovendien zijn van die 1% woningen met geliberaliseerde huur er ook gebouwd in de vrije sector en er ook woningen omgezet van koop naar middeldure huur. Dus die woningen zijn niet ‘getrokken’ boven de liberalisatie-grens. Als we kijken naar de vrijgekomen corporatiewoningen boven de liberalisatiegrens (>142 punten) in 2004 dan blijkt 80% daarvan op WoningNet te worden aangeboden met een huur onder de huursubsidiegrens (toen € 597,54).

2. Heeft het College van Burgemeester en Wethouders met de Amsterdamse corporaties afspraken gemaakt over een grens aan de mogelijkheid om bij mutatie woningen uit de kernvoorraad als geliberaliseerde woningen te verhuren? Is een grens aan de mogelijkheid om bij mutatie woningen uit de kernvoorraad te trekken om ze als geliberaliseerde woning te verhuren onderwerp van gesprek geweest tussen het College en de Amsterdamse corporaties?

Er zijn tot nu toe geen afspraken gemaakt over een begrenzing van de mogelijk-heden tot huurliberalisering. Wel zijn er afspraken tussen gemeente en corpo-raties over een voldoende voorraad en aanbod van betaalbare huurwoningen.
In de Beleidsovereenkomsten Wonen - die worden gesloten tussen gemeente, stadsdelen, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en Huurdersvereniging Amsterdam - worden sinds vele jaren afspraken gemaakt over de minimale omvang van de kernvoorraad(+) in Amsterdam en per stadsdeel.
Sinds enige tijd wordt gesproken over de wenselijkheid van meer op het woningaanbod gerichte afspraken. Sinds juli 2004 is in de Geactualiseerde en verlengde Beleidsovereenkomst Wonen 2001-2002 voor het eerst een afspraak gemaakt over het woningaanbod van de corporaties. Deze aanbiedingsafspraak is onlangs verlengd tot en met 2006. De afspraak heeft betrekking op woningen die worden aangeboden met een huurprijs tot de liberalisatiegrens.
In het kader van de besprekingen over een nieuwe beleidsovereenkomst wonen vanaf 2007 speelt het thema aanbiedingsafspraken een belangrijke rol. Enerzijds omdat de betrokken partijen de afspraken over de (kern)voorraad mogelijk willen vervangen door aanbiedingsafspraken om daarmee de slaagkansen van verschillende groepen op de woningmarkt zo nodig te kunnen bijsturen. Anderzijds vanwege de plannen van Dekker voor een nieuw huurbeleid. De inzet van de gemeente is om afspraken te maken over het minimale aandeel betaal-bare huurwoningen ten opzichte van het totale aanbod aan corporatiewoningen.

3. Zo ja, kan het College van Burgemeester en Wethouders aangeven welke afspraken zijn gemaakt?

Er zijn tot op heden afspraken gemaakt die de voorraad en het aanbod van betaalbare huurwoningen waarborgen. Er zijn geen specifieke afspraken gemaakt over grenzen aan de mogelijkheid van liberalisering.

4. Kan het College van Burgemeester en Wethouders een indicatie geven van het aantal woningen uit de Kernvoorraad+ dat de afgelopen collegeperiode door de corporaties boven de huurgrens is getrokken (graag een overzicht per corporatie, per stadsdeel, en een overzicht van de grootte van de woningen)?

Van de 196.227 zelfstandige corporatiewoningen op 1 januari 2005 hebben slechts 1.926 woningen een huur boven de liberalisatiegrens. Dat is (nog net geen) 1%. Daar zitten ook woningen bij die bedoeld zijn als vrije sector huur, dus die niet boven de liberalisatiegrens ‘getrokken’ zijn. In de bijlage is per stadsdeel in absolute aantallen en in percentages te zien hoeveel corporatiewoningen een huur onder en boven de huursubsidiegrens (toen € 597) hebben. Wij hebben geen overzicht per corporatie en geen overzicht van de grootte van de woningen.

5. Kan het College van Burgemeester en Wethouders verder aangeven of het hierbij gaat om nieuwe woningen (gebouwd vanaf 1990) of ook om oudere woningen (graag eveneens aangeven in het overzicht)?

Van de 1.929 woningen met een huur boven de huursubsidiegrens zijn er 844 gebouwd na 1990. Dat is 4% van de woningen die na 1990 zijn gebouwd en inclusief de woningen die als middeldure huur zijn gebouwd of die omgezet zijn van koop naar huur.

Overzicht

6. Heeft het boven de huurgrens ‘trekken’ en geliberaliseerd verhuren van Kernvoorraad (distributie)woningen effect op de door de corporaties betaalde en te betalen erfpacht?

De vragen 6, 7 en 8 worden beantwoord onder vraag 8.

7. Zo ja, kan het College van Burgemeester en Wethouders aangeven hoe groot dit effect gemiddeld is per geliberaliseerde huurwoning?

Zie beantwoording onder vraag 8.

8. Kan het College van Burgemeester en Wethouders aangeven of het mogelijk is om corporaties, die woningen uit de distributievoorraad ‘trekken’ om met een geliberaliseerde huurprijs te verhuren, alsnog een verhoogde grondprijs in rekening te brengen en/of verhoogde erfpacht in rekening te brengen, zonder de gebruikelijke korting voor sociale woningbouw?

Het boven de huurgrens trekken en geliberaliseerd verhuren van kernvoorraad+ woningen heeft geen effect op de door de corporaties betaalde en te betalen erfpacht. En het is nu niet mogelijk om corporaties alsnog een verhoogde grondprijs in rekening te brengen. Corporaties zijn niet verplicht de huurverhoging te melden en de huidige contracten bieden weinig juridisch houvast om, mocht de huurliberalisatie bij de gemeente gemeld worden, canonaanpassing of bijbetaling af te dwingen.
De bestemming ‘sociale huurwoning’ is in het erfpachtcontract gedefinieerd als een huurwoning in eigendom van een toegelaten instelling die wordt verhuurd in het kader van een volkshuisvestelijke taak. Over het gebruik van die woningen door de corporaties is verder in het erfpachtcontract niets vastgesteld. Er is geen relatie gelegd met bijvoorbeeld de huurtoeslaggrens van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen.
Hiernaast is in het verleden grond voor sociale woningbouw aan corporaties uitgegeven op ruime bestemmingen zoals ‘wonen’ en ‘huurwoningen’. M.a.w.: de erfpachtcontracten uit het verleden bieden vaak nog minder houvast dan de contracten met de huidige bepalingen.

Kortom het boven de liberalisatiegrens trekken van sociale huurwoningen heeft op dit moment nog geen financiële gevolgen. Het College overweegt om ten aanzien van nieuwe uitgiften daar in de toekomst iets mee te doen.

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,

 

E. Gerritsen, secretaris

M.J. Cohen, burgemeester

Deze wet vervangt per 01-01-2006 de Wet Individuele Huursubsidie

 
HomeAgendaNieuwsContact